Dominique Sluijsmans, Martje Köhlen (Hogeschool Rotterdam) & Els Roskam-Pelgrim (Avans Hogeschool)

De themagroep ‘feedbackcultuur’ onderzoekt op basis van een reeks interviews hoe het thema leeft bij een aantal ‘reuzen’ uit het veld, zodat wij op hun schouders kunnen gaan staan. Eind 2020 spraken we Joseph Kessels, o.a. emeritus hoogleraar Human Resource Development (Universiteit Twente en de Open Universiteit). Samen met Cora Smit startte hij in 1977 Kessels & Smit – The Learning Company, een internationaal advies- en onderzoeksbureau op het gebied van opleiden, leren en ontwikkelen van mensen in hun werk. Hij schetst een mooie stip op de horizon, waarbij studenten en docenten vrij zijn om te vliegen en niet hoeven fladderen in een kooitje. We delen graag Josephs inzichten met jullie in dit blog.

Leren bij The Learning Company
Een belangrijke boodschap van Joseph is dat feedback voortkomt uit nieuwsgierigheid en dat er daardoor ook ruimte ontstaat voor leren. Faalervaringen zijn er altijd wel, maar als je je feedback richt op wat er goed is gegaan en wat er bijzonder is, dan is er altijd een gevoel van succes. Het waarderend perspectief is een stevige bodem om jezelf te willen blijven ontwikkelen. Hoewel deze visie op feedback al in 1977 werd verankerd in de manier van werken en leren bij de Learning Company, staat Joseph nog steeds achter deze wijze van elkaar helpen ontwikkelen.Om een eerste indruk te geven van Josephs visie op samen werken en leren, neemt hij ons mee in de manier waarop hij omging met zijn collega’s bij Kessels & Smit, The Learning Company. Voor hem stond een open en transparante cultuur voorop, waarbij je vooral aandacht hebt voor wat de ander goed doet.  Feedback op waar mogelijkheden zijn tot verdere ontwikkeling wordt vooral gegeven op verzoek,  wanneer je als collega open staat voor deze feedback. Dit betekent dat je duidelijk aangeeft waar je feedback op wilt ontvangen, bijvoorbeeld door te vragen: “Ik geef zo een training, zou jij daarbij eens willen letten op mijn communicatie?”

Het woord ‘feedbackcultuur’ gebruikt Joseph zelf niet, ook niet als hij het over The Learning Company heeft. Liever spreekt hij van een positieve leercultuur, waarbij mensen ook elkaars verschillen waarderen. We hoeven niet allemaal hetzelfde te worden. Op die manier kun je echt een lerend team zijn (in plaats van een administratieve eenheid), je thuis voelen en erkenning krijgen van jouw kwaliteiten. Inspiratie hierover haalt Joseph onder andere uit het boek ‘reinventing organizations’.

Presteren in het onderwijs
Tegenover de positieve leercultuur zet Joseph de prestatiecultuur zoals hij die nu ziet in veel onderwijs. Scholieren of studenten bespreken de cijfers die zij hebben gehaald voor een toets of tentamen in plaats van de inhoud van het vak, de onderwerpen die ze goed beheersen of de onderwerpen waar ze nog meer aandacht aan willen besteden. Ook worden zij doorgaans weinig betrokken in de wijze waarop de beoordelingen plaatsvinden, waardoor toetsing iets onvoorspelbaars krijgt, met alle gevolgen van dien. Waaronder gevolgen ten aanzien van de motivatie van studenten en leerlingen, waarbij Joseph refereert aan deze en deze achtergrondinformatie. De prestatiecultuur zit het ontwikkelen van een positieve leeridentiteit in de weg, aldus Joseph, en richt de aandacht op presteren in plaats van leren.

Hetzelfde ziet hij terug bij docenten. In een prestatiecultuur maakt enthousiasme en plezier plaats voor presteren, zowel voor de student als voor de docenten. Als je docenten teveel beoordeelt op aspecten waar zij zelf minder energie van krijgen of zich minder bekwaam in voelen, doet dat ook iets met hun motivatie. Ben je als student of docent vrij om de vleugels uit te slaan en te vliegen, of heb je het gevoel dat je in een kooitje aan het fladderen bent? Nu ervaren docenten vooral autonomie en eigenaarschap in de beslotenheid van hun eigen klas en in hun eigen vak. Dat maakt het moeilijker om elkaar te observeren in de onderwijspraktijk, een manier die in een positieve leercultuur ervoor zorgt dat docenten elkaar zien en van elkaar kunnen leren.

Hoe komen we tot een positieve leercultuur in het onderwijs?
Ruimte om te leren vraagt ruimte en flexibiliteit in het curriculum, waarbij wat een leerling of student al kan en weet, wordt gezien en erkend. Hoewel Joseph onderschrijft dat we allemaal moeten leren lezen, schrijven en rekenen, ziet hij liever dat deze bekwaamheden voortkomen uit de interesse van de leerling in plaats van uit een opgelegd curriculum. Neem bijvoorbeeld een kind dat veel interesse heeft in vissen en het liefst langs de waterkant zit met een hengel. Lezen interesseert hem niet. Probeer dan zijn interesse te wekken door de leerstof te verbinden met vissen: “Als je meer wilt leren over vissen, is het handig om hier informatie over te lezen. Zullen we informatie zoeken over vissen?” Plezier moet het voertuig zijn om tot leren te komen. Vervolgens richt je de feedback op wat er goed gaat: “Ik zie dat je dit al goed lukt. Wat kun je doen om daar nog meer succes in te krijgen?”

Oftewel, Joseph pleit ervoor kinderen op jonge leeftijd meer zeggenschap te geven over het curriculum, hun autonomie te vergroten en ze te stimuleren tot meer zelfsturing. Laat ze verantwoordelijkheid nemen, maar ga wel naast ze staan! Het onderwijs vindt hij nu te hiërarchisch, en de autonomie van de lerende in het onderwijs is zeer klein geworden door standaardisering, externe druk en voorgeschreven curricula. Als sprekend voorbeeld van die lage mate van autonomie benoemt Joseph de keiharde schoolbel in het voortgezet onderwijs: Iedere 50 minuten wordt van je gevraagd je spullen bij elkaar te rapen en weer naar een volgend lokaal te lopen voor een les in een ander vak. Ongeacht wat er aan de hand was in het lokaal waar je eerst was. Hij stelt dat het belangrijk is om je ervan bewust te blijven dat wat in de ene les gebeurt, van invloed is op de zin en motivatie van de leerling voor de volgende les. Ook dat geeft het belang aan van het leren van elkaar als docenten.

Neem tijd voor het gesprek over een positieve leercultuur
Aan het einde van ons gesprek vragen wij hoe we stappen kunnen zetten in de richting van een positieve leercultuur. Joseph raadt ons aan om het inspirerende gesprek dat wij zojuist hebben gehad ook onderling te voeren in docententeams. Bespreek hoe ieder naar zijn of haar studenten kijkt. Benoem je de positieve stappen die studenten zetten of slechts waar ze moeten verbeteren? Benoemen collega’s onderling in hun docententeam voldoende elkaars positieve bijdrage? Vanuit die gesprekken kunnen mensen stappen zetten in veiligheid, vertrouwen, met respect en vanuit nieuwsgierigheid.