Wanneer wordt leren verdacht? Omgaan met fraude bij programmatisch toetsen
Heleen Kuijper (Hogeschool Inholland) en Ingrid Vogels (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen)
Wanneer opleidingen programmatisch toetsen invoeren, staan examencommissies voor de uitdaging om hun taken en verantwoordelijkheden opnieuw vorm te geven (Kuijper & Vogels, 2023; Leenknecht & Van Schilt-Mol, 2021). Een voorbeeld hiervan is het omgaan met fraude en onregelmatigheden. Wat doe je als een student tijdens het leerproces informatie gebruikt zonder correcte bronvermelding? Is dat een bewuste overtreding, of een gebrek aan kennis en vaardigheid? Volstaat het geven van informele feedback, of moet er een officiële melding komen? En wat doe je als een student in korte tijd opvallend veel vooruitgang laat zien in zijn portfolio, maar er zijn twijfels over de authenticiteit van de data? Is dat een teken van succesvolle begeleiding, of reden tot nader onderzoek? De gesprekstool Onregelmatigheid & fraude bij programmatisch toetsen helpt examencommissies om dit soort vragen zorgvuldig te beantwoorden en aanvullend beleid te formuleren.
Zorgvuldigheid als fundament
Bij vermoedens van fraude of onregelmatigheid moeten examencommissies handelen binnen duidelijke juridische kaders: de WHW, de OER, de Algemene wetbestuursrecht (Awb) en het toetsbeleid van de instelling. Deze kaders waarborgen niet alleen de kwaliteit van toetsing, maar ook de rechtsbescherming van studenten. Besluiten moeten zorgvuldig worden genomen en goed onderbouwd, in lijn met beginselen zoals het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel uit de Awb (Huisman, 2024).
Binnen programmatisch toetsen is het extra belangrijk om onderscheid te maken tussen fraude en onregelmatigheid. Omdat bewijs zich ontwikkelt over tijd en studenten datapunten kunnen vervangen of verbeteren, is fraude moeilijker te bewijzen. Een melding van onregelmatigheid vereist doorgaans minder uitgebreid onderzoek en kan daarom voldoende zijn om gepast te reageren op twijfelachtig gedrag.
In gesprek over dilemma’s
In sessies over onze eerdere gesprekstool Kwaliteitsborging examinatoren bij programmatisch toetsen (2022) merkten we op dat één thema veel aandacht trok: omgaan met fraude. Examencommissies wilden hierover graag verder in gesprek. Daarom onderzochten we samen met vijf examencommissies uit het hoger onderwijs veelvoorkomende dilemma’s rond onregelmatigheid en fraude binnen programmatisch toetsen. De opbrengst? Een nieuwe gesprekstool met tien gesprekskaarten, verdeeld over vier thema’s:
- Voorkomen
- Signaleren & melden
- Onderzoeken & vaststellen
- Maatregelen
Elke kaart bevat een concreet dilemma, overwegingen en relevante juridische kaders, die helpen om tot een standpunt of werkwijze te komen. Door deze vragen en dilemma’s gezamenlijk te bespreken en besluiten vast te leggen, ontstaat er meer eenduidigheid in het handelen van docenten, examinatoren en examencommissies. Zie het kader hieronder voor een uitgewerkt voorbeeld van een gesprekskaart en mogelijke bespreking.

Voorbeeldkaart: mag vermoedelijke fraude een leermoment zijn?
De gesprekskaart nodigt uit tot het maken van onderscheid: is het een beginnende student die onbewust fouten maakt, of een gevorderde student die bewust regels overtreedt? Want stel, een student gebruikt een bron zonder correct te verwijzen of genereert werk met behulp van AI zonder de eigen professionele bijdrage inzichtelijk te maken. Is dat onkunde of opzet? En wat als een student ineens opvallend sterke datapunten inlevert, terwijl eerdere bijdragen een ander beeld gaven. Is dat snelle ontwikkeling, of reden om de authenticiteit van het bewijs kritisch te bekijken?
De gesprekskaart zet je ook aan het denken over eventuele maatregelen: als in een portfolio herhaaldelijk signalen staan die duiden op mogelijk oneigenlijk handelen, is het belangrijk om alert te zijn, maar ook om studenten de ruimte te geven om op deze signalen te reageren. Hoe geef je feedback die een signaal afgeeft, zonder direct te oordelen? En wanneer leg je dat signaal als formele feedback vast in het portfolio?
Duidelijke afspraken over het geven van feedback bij vermoedens van onregelmatigheid zijn essentieel voor het nemen van zorgvuldige beslissingen én voor de rechtsbescherming van studenten.
De gesprekskaarten zijn ontworpen voor gebruik in overleg binnen examencommissies. Ze kunnen bijvoorbeeld worden ingezet:
- Tijdens een teamoverleg om standpunten te verhelderen;
- Als voorbereiding op het opstellen van richtlijnen;
- Bij het bespreken van casussen uit de praktijk.
Elke kaart biedt ruimte voor reflectie, discussie en het maken van werkafspraken. Zo draagt de tool bij aan transparantie, rechtszekerheid voor studenten en zorgvuldige besluitvorming.
Waarom deze gesprekstool juist nu nodig is
Sinds de invoering van programmatisch toetsen geven examencommissies aan dat het aantal fraudemeldingen is afgenomen. Maar betekent dat ook dat er minder fraude is? Of gaan docenten anders om met signalen? De gesprekken met examencommissies laten zien dat vermoedens van onregelmatigheid vaak beter passen binnen het leerproces dan het label ‘fraude’. Juist omdat het leerproces centraal staat, is het belangrijk om zorgvuldig te handelen en studenten de kans te geven om te leren van fouten — zonder direct te veroordelen.
Zelf aan de slag?
We nodigen examencommissies en andere betrokkenen bij toetsing van harte uit om met de gesprekstool Onregelmatigheid & fraude bij programmatisch toetsen aan de slag te gaan. Deel vooral jullie ervaringen — we leren graag mee!
Ook voor vragen zijn Heleen en Ingrid te bereiken op heleen.kuijper@inholland.nl en ingrid.vogels@han.nl.
Bronnen
Bindels, R., Van Damme, J., & Van Deemter, R. (2021). Het onderscheid tussen onregelmatigheden en fraude. Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT. Geraadpleegd op xx, van https://www.versnellingsplan.nl/wp-content/uploads/2021/09/Handreiking-examencommissies-onregelmatigheden-fraude.pdf
Kuijper, H. & Vogels, I.W.J. (2023). Wie examineert? Gesprekstool kwaliteitsborging examinatoren bij programmatisch toetsen – een hulpmiddel voor examencommissies. Examens, tijdschrift voor de toetspraktijk, (20) 9-15.
Huisman, P. (2024, 4 maart). Toekomstige aanpassingen van de Algemene wet bestuursrecht en nieuwe lijnen in de rechtspraak; consequenties voor het mbo en ho. Hobéon. Geraadpleegd op xxx, van https://edu.nl/9cuhm
Leenknecht, M., & Van Schilt-Mol, T. (2021, 18 mei). Naar gecontroleerd vertrouwen: De rol van de examencommissie bij programmatisch toetsen. Platform Leren van toetsen. Geraadpleegd op 14 oktober 2022, van https://lerenvantoetsen.nl/naar-gecontroleerd-vertrouwen-de-rol-van-de-examencommissie-bij-programmatisch-toetsen/
