Groei zichtbaar maken ook in de lerarenopleidingen: een goede praktijk vanuit de pabo van Windesheim

Door Gerdineke van Silfhout (SLO) & Esther Arrindell (Windesheim)
Dit blog is een samenvatting van een onlangs verschenen artikel in levende talen magazine. Lees hier het hele artikel.

Als je wilt dat studenten als aankomende leraar formatief toetsen in hun lespraktijk handen en voeten gaan geven, dan wil je als lerarenopleiding zelf ook het goede voorbeeld aan studenten laten zien. Teach as you preach: niet alleen is het van belang dat toekomstige leraren kennis nemen van formatief lesgeven, het is ook belangrijk dat lerarenopleiders hun opleiding (meer) vormgeven vanuit het formatieve leercyclus. In dit blog delen we een goede praktijk als het gaat om het formatief vormgeven van een module binnen de pabo-opleiding van Hogeschool Windesheim.

Een goede praktijk

Op de PABO gaat de eerste module voor de eerstejaarsstudenten over jeugdliteratuur en leesbevordering. Binnen deze module lezen studenten tien boeken van de lijst jeugdliteratuur. Voor een aantal studenten is dat geen enkel probleem, ‘leesbeesten’ als ze zijn. Maar er zijn er ook die al tijdens de introductie zeggen: ‘Ik heb niet zoveel met lezen.’ Dan rijst de vraag hoe je beide groepen kunt stimuleren, inspireren en aanmoedigen om zich verder te ontwikkelen als lezer.

En hoewel je aan de ene kant studenten wilt motiveren om te lezen en het leesplezier voorop wilt stellen, wil je daar aan de andere kant als docent ook een evaluatie aan koppelen om ontwikkeling zichtbaar te maken en groei te stimuleren.

De module is na grondige herziening nu formatief vormgegeven. Studenten stellen zelf persoonlijke doelen en verzamelen bewijs voor leren en ontwikkeling en analyseren en interpreteren deze. Essentieel is de dialoog hierbij tussen student, medestudenten en docent over de gewenste situatie, waar de student staat ten opzichte van deze doelen en hoe hij zijn doelen bereikt, wat en wie hij daarvoor nodig heeft. Omdat studenten bij binnenkomst over sterk verschillende literaire competenties beschikken, brengen we met de studenten zowel hun beginsituatie als het gewenste niveau van literaire competentie in kaart. Dat doen de studenten aan de hand van vier dimensies die door Gertrud Cornelissen (2016) zijn uitgewerkt in instructiekaarten (zie bijlagen 2, 4, 6 en 8 in haar proefschrift):

  • de beleving: beschrijving van emoties die het boek heeft opgeroepen;
  • de interpretatie: het verbinden van de letterlijke betekenis uit de tekst tot een samenhangend geheel;
  • de beoordeling: het geven van een waardeoordeel over het verhaal;
  • het narratief begrip: het kunnen benoemen, illustreren, interpreteren en evalueren van narratieve kenmerken in het boek.

De uitvoering: een zelfevaluatie maken

Het raamwerk van Cornelissen vormt een goede basis om met studenten helder te krijgen wat de doelen zijn met betrekking tot hun eigen leesontwikkeling waar zij gedurende zeven weken tijdens de module én gedurende het eerste studiejaar naartoe werken. Met elkaar wordt het raamwerk besproken en maken studenten een zelfevaluatie (een vorm van self-assessment): waar sta ik op deze vier dimensies? Uiteindelijk is het streven dat elke student aan het einde van zijn opleiding voor elke literaire competentie op een minimaal vastgesteld niveau zit, waarbij de verschillende niveaus zijn uitgewerkt in een rubric en de student daarvoor ook ‘bewijzen’ aanlevert.

Na het schrijven van een evaluatie en conclusie formuleren student en docent gezamenlijk persoonlijke doelen om tijdens de module naartoe te werken. Naast algemene, voor iedereen geldende doelen (bijvoorbeeld lezen van literatuur rondom leesbevordering) zijn er dus ook doelen die verschillen. Daardoor heeft zowel de gevorderde als beginnende lezer een passend perspectief

en worden beiden uitgedaagd om naast generieke doelen zoals het lezen van een aantal boeken aan persoonlijke doelen te werken, wat eigenaarschap versterkt en motiverend werkt.

Hoe het gezamenlijk doelen stellen na een zelfevaluatie is vormgegeven, lees je in het artikel dat onlangs verscheen in Levende Talen Magazine. Het voorbeeld is niet alleen inspirerend voor literatuurmodules maar de aanpak past in modules van vakspecifieke en onderwijskundige opleidingen op de PABO en in tweedegraads en eerstegraads lerarenopleidingen op hogescholen en

Meer informatie en de materialen zoals de competentiekaarten, beoordelingsopdrachten en de rubric van de cursus zijn op te vragen per e-mail bij Esther Arrindell (lerarenopleider pabo Windesheim) en Gerdineke van Silfhout (leerplanontwikkelaar SLO, Expertisecentrum leerplanontwikkeling).

2018-10-10T16:51:00+00:006 september 2018||